1914: Gemorrel aan de eindtijd

 


 

In november 1995 publiceerde De Wachttoren, het huisorgaan van de Jehovah's Getuigen, een artikel waarin duidelijk werd dat het zogenaamde 'geslacht van 1914' niet langer een doctrinaire betekenis heeft. Met deze leerstellige wijziging heeft het Wachttorengenootschap definitief een punt gezet achter het gespeculeer over het moment dat het einde der tijden zal zijn volbracht. Dát het einde binnen afzienbare tijd zal komen, lijdt desondanks geen twijfel.

Zo'n 100 jaar geleden waren de Jehovah's Getuigen - ze noemden zich toen nog 'Bijbelonderzoekers' - ervan overtuigd dat de wereld in 1914 zou vergaan. Het fundament van deze voorspelling was de aanname dat de tempel in Jeruzalem in het jaar 607 v.C. door de Babyloniërs was vernietigd. Voor de ware gelovigen betekende de verwoesting dat een einde was gekomen aan Gods heerschappij en dat daarmee het tijdperk der heidenen was aangebroken. (Zie tevens het overzichtsartikel over de Jehovah's Getuigen)

Hoe lang dat zou duren, leidden zij onder andere af uit het vierde hoofdstuk van de profetie van Daniël. Daarin is sprake van een goddeloze periode van 'zeven tijden', die volgens apocalyptische rekenkunde 2520 jaar zou beslaan. Ergo, het euvele bewind zou op catastrofale wijze in 1914 aan zijn einde moeten komen, waarna de ware gelovigen het paradijs konden betreden.

Toen de voorzegde rampspoed uitbleef, schrapte toenmalig leider Russell het jaartal niet uit het theologische stelsel, maar herinterpreteerde de betekenis. Christus was in dat jaar wel degelijk teruggekeerd, maar hij bestuurde onzichtbaar zijn hemelse regering. Dat zou af te leiden zijn uit Zijn tekenen: oorlogen, hongersnoden, ziekten, aardbevingen, wetteloosheid, enzovoorts.

Zo werd 1914 geherdefinieerd als het begin van het einde. Gelijktijdig met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, ontvouwde zich een desastreus tijdperk. De mensheid zou van nu af overspoeld worden met rampen, hetgeen uiteindelijk zou culmineren in de onverbiddelijke Apocalyps.

De vraag was alleen: wanneer? Aanvankelijk werden de jaren 1918 en 1925 nog genoemd, maar te veel gespeculeer en niet uitgekomen profetieën wekten op den duur argwaan bij de achterban. Ruim veertig jaar later werd opnieuw een poging gedaan: 1975 werd bestempeld als een mogelijk jaar van betekenis.

In het begin van de jaren '50 werd een relatie gelegd tussen 1914 en zij die dat jaar hebben meegemaakt. De redenering was gebaseerd op een uitspraak van Jezus in Mattheüs 24 vers 34: 'Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles is geschiedt'. Het einde der tijden werd dus afgebakend: mensen die 1914 hadden meegemaakt, Jehovah's Getuigen of niet, zouden de beslissende slag van Armageddon aanschouwen.

Maar wat betekende precies 'meemaken'? Gold dat voor baby's, geboren in 1914? Of moest men een duidelijk besef hebben van de betekenis van dat jaartal? En op welke leeftijd had men dat besef? Het was duidelijk dat de Getuigen een concreet antwoord op deze vragen wilde hebben, want in de lectuur van het Wachttorengenootschap werd er enkele keren uitgebreid op ingegaan. Immers, hoe concreter het geslacht kon worden omschreven, des te duidelijker de einddatum in beeld kwam.

Men moest minstens 15 jaar zijn, aldus een uitgave van Ontwaakt! in 1969. In 1981 zakte de grens naar 10 jaar, terwijl De Wachttoren van 15 augustus 1984 ieder criterium liet vallen: iedereen die leefde in 1914, maakte deel uit van het geslacht. Tegelijkertijd maakte de lectuur echter duidelijk, dat gissen omtrent over de Apocalyps in feite uit den boze was. Verwijzend naar Mattheüs 24:36 werd de Getuigen voorgehouden dat 'van die dag en dat uur niemand iets weet', hetgeen enigszins op gespannen voet stond met de theoretisch afgebakende tijdsduur die de geslachtsdoctrine impliceerde.

Uiteraard was dit laatste moeilijk te verifiëren, want zolang het einde niet was gekomen, betekende dit dat er nog personen in leven waren die 1914 hadden meegemaakt. Weliswaar waren de jongsten inmiddels al een jaar of zeventig, maar er waren verhalen dat er in de Kaukasus mensen rondliepen van wel 140 jaar. Dat laatste gaf dus nog enige rek tot ver in de 21e eeuw.

In 1980 is er op het hoogste niveau zelfs nog een poging gedaan het geslacht niet in 1914 te laten beginnen, maar in 1957. In zijn boek Crisis of Conscience schrijft Raymond Franz, voormalig lid van het leidinggevende orgaan, dat de lancering van de eerste Russische Spoetnik-satelliet in dat jaar zó belangrijk werd geacht, dat er een mogelijk een profetische betekenis aan kon worden gegeven. De verdrukking zou immers eveneens worden gekenmerkt door 'sterren die uit de hemel vallen en machten der hemelen die wankelen', aldus Mattheüs. Zo zou het einde minstens 40 jaar kunnen worden uitgesteld. Maar de meerderheid van het leiderschap vond deze suggestie wat àl te gortig en legde het voorstel naast zich neer.

De Wachttoren van 1 november 1995 rekent definitief af met het '1914-geslacht'. Wederom is er sprake van herinterpretatie. Op grond van de bijbelboeken Lucas en Genesis is het 'geslacht' nu omschreven als 'de volken der aarde die het teken van Christus' tegenwoordigheid zien, maar in gebreke blijven hun wegen te corrigeren'. De term is nu ontdaan van de chronologische betekenis en slaat op de groepsafbakening: 'Wij', de Jehovah's Getuigen, en 'zij', de niet-Getuigen, het geslacht. De essentie van het jaar blijft echter hetzelfde: Jezus is in dat jaar met regeren begonnen.

Verrassend is deze wijziging niet. De discussies over de definiëring van het geslacht met de daaraan verbonden gevolgen voor de eindtijdbepaling, lieten zien dat deze leerstelling een blok aan het been was geworden van het Wachttorengenootschap. Menig Getuige en buitenstaander stelden zich al jaren de vraag hoe de beweging zich zou redden uit deze benarde doctrinaire situatie. De afschaffing van eindtijdvoorspellingen past in elk geval in de ontwikkeling van zulke religieuze bewegingen. Volgens de ijzeren wet van de Amerikaanse theoloog Niebuhr evolueert elke rebellerende sekte binnen een paar generaties tot een naar maatschappelijk respect strevende groepering. In dat licht is niet verwonderlijk dat de Getuigen af willen van leerstellingen die vol zitten met gekunsteld rekenwerk en dus weinig aanzien genieten.

Overigens is het niet te verwachten dat de Getuigen zich massaal tegen deze doctrinaire ingreep zullen verzetten. Gewend als ze zijn aan leerstellige veranderingen zullen ze ook deze accepteren als 'nieuw licht', de variant op Psalm 4:18. Of het moet de groep betreffen die zich tot de generatie rekende en vol spanning en hoop uitzagen naar de verlossing uit dit aardse tranendal. Van hun vragen is het leiderschap nu verlost. Ze moeten nog even geduld hebben.

Maar hoe lang is dat 'even'? Nog 30 jaar! Dat althans was de conclusie van het Reformatorisch Dagblad van 26 februari 2004: 'Jehovah's Getuigen verwachten wereldeinde in 2034', aldus de kop van het artikel. De krant baseerde zich op uitspraken van de Duitse theoloog Pape (zoon van een ex-Jehovah's Getuige en verklaard tegenstander van het Wachttorengenootschap) die deze voorspelling baseerde op een tekst in De Wachttoren van 15 december 2003. Het artikel verwijst naar Genesis 6:3 waarin God besluit over 120 jaar een einde te maken aan de goddeloze wereld en de verdorven mensheid. Op zich niet opmerkelijk, want de lectuur verwijst regelmatig naar dit bijbelgedeelte zonder dat dit aanleiding heeft gegeven tot profetisch gespeculeer. Maar wat Pape wellicht opviel was de toevoeging in het Wachttoren-artikel van de zin: 'De uitvaardiging van dit goddelijk besluit in 2490 v.G.T. markeerde het begin van het einde voor die goddeloze wereld'. Nu was de parallel van 2490 met 1914 snel geconstrueerd: 1914 + 120 = .... 

Hoewel De Wachttoren met geen woord repte over de eventuele betekenis van deze 120 jaar voor onze tijd, gingen Pape, het Reformatorisch Dagblad en menig tegenstander en criticus met deze tekst aan de haal. 'Jehovah's Getuigen hebben maar een half woord nodig', aldus de verklaring op ettelijke websites. Daarmee werd te kennen gegeven dat het Wachttorengenootschap weliswaar geen kant-en-klare profetie verkondigde maar dat de aanhang daar heel anders over zou kunnen denken.

Weliswaar levert dit doctrinaire uitgangspunt de theoretisch basis voor een nieuwe profetie en ook de huidige omstandigheden zouden daartoe aanleiding kunnen geven. Zo hebben tegenstanders gesuggereerd dat de aanzet tot de '1975' profetie wellicht gevonden kan worden in de afnemende groeicijfers van het ledental gedurende het midden van de jaren '60. Het middel bij uitstek om het tij te keren is het uitvaardigen van een profetie, zo had men geleerd uit eerdere ervaringen. Dat gebeurde in 1966 en het resulteerde in een enorme toename van een omvang die daarna nooit meer is vertoond (Meer daarover in mijn - Engelstalige - artikel). Uiteraard leidde het uitblijven van de profetie ertoe dat velen de beweging na 1975 teleurgesteld de rug toekeerden maar dat verlies moet op de koop toegenomen worden. Die hadden de beweging waarschijnlijk toch wel verlaten door hun kritische opstelling. Op deze wijze heeft een profetie nog een tweede belangrijke functie door het kaf van het koren te scheiden.

Dezelfde omstandigheden als veertig jaar geleden zien we nu ook weer terug. De groeicijfers stagneren al jaren en in menig westers land is een daling van het aantal leden te constateren. Het is echter zeer twijfelachtig of het huidige leiderschap zich opnieuw in een profetisch avontuur zal storten - afgezien van het feit of strategische overwegingen een rol spelen in de profetische constructies. Herhaaldelijk heeft de lectuur van het Wachttorengenootschap na 1975 duidelijk gemaakt dat het noemen van data voortaan uit den boze was. En, zoals eerder vermeld, nauwkeurige apocalyptische agenda's passen niet bij een beweging die zich langzamerhand wil ontdoen van het stempel van een wereldvreemde sekte. 

(Een gedeelte hiervan was eerder gepubliceerd in Trouw, 2 december 1995)

Terug naar inleidende pagina Jehovah's Getuigen

Intro
1914
Bloedtransfusie
Nazisme
Vervolging Nederland
Overzichtsartikel
Wereldbeeld
Statistieken
Uitsluiting
Stigmatisering
Oppositie
Sinterklaas
Totaalweigeraars
English texts