Toen Bhagwan Shree Rajneesh in de jaren '70 nog in zijn heiligdom in het Indiase Poona verbleef, belandden ettelijke van zijn volgelingen met de regelmaat van de klok in het plaatselijke hospitaal. Meestal hadden ze hoofdwonden, veroorzaakt door, zo vertelden ze, een val van een ladder. Toen een argwanende arts voor de zoveelste keer een bebloede aanhanger behandelde, kwam na veel vragen de aap uit de mouw: tijdens een therapie was de sanyassin het slachtoffer geworden van een in zielsverrukking geraakte medegelovige.
Achteraf bleek dat alle ladderongevallen waren veroorzaakt tijdens de somtijds heftige therapeutische sessies die zo kenmerkend waren voor het dagelijks leven in de ashram. En belandden sommigen als gevolg van de geestelijke extase niet in het ziekenhuis, dan bestond er een gerede kans op opname in de lokale psychiatrische instelling; niet alle therapieën werden namelijk even professioneel geleid. Dergelijke schoonheidsfoutjes vormden echter geen beletsel voor de massale tocht naar het op 150 kilometer van Bombay gelegen lustoord. Want Poona betekende pret. Daar werd een unieke religie verkondigd, een godsdienst zonder autoritaire dogma's die zo kenmerkend waren voor het Christendom en de recente alternatieven zoals die van Sun Myong Moon of de Hare Krishna's. Zij die nog niet genoeg hadden van de tegencultuur van de jaren '60 konden hun hart ophalen aan een zeer divers aanbod.
De basis werd gevormd door een ideologie die grofweg bestond uit een mengeling van Indiase mystiek, een aan Nietsche en Gurdjieff ontleende filosofie en de vrijzinnige ideeën over sex van Wilhelm Reich, leerling van Freud. In concreto betekende dat Poona een soort spirituele supermarkt was, waar men kon kiezen uit actief mediteren en therapieën ondergaan of passief luisteren naar de lessen van de goeroe. Het was een kosmologie met geruime aandacht voor seksuele zelfontplooiing, een ideologie zonder voorschriften en uitspraken die in fel contrast stonden met de burgerlijke moraal van de westerse wereld. En die paar regels die er waren, zoals het kuchverbod tijdens de toespraken van de leider en het taboe op deodorant en leren riemen, ach, die wogen niet op tegen een fantastische show waarin een provocerend commentaar werd gegeven op het mensdom.
Het was ook met name dat laatste, waarmee Rajneesh een uiterst omstreden reputatie verwierf. Want wie durfde kritiek uit te oefenen op Moeder Theresa en zei tegen de armen van de Derde Wereld "get of your fat ass and start working"? De doelgroep van dit pretpakket bestond uit doorgaans goed opgeleide jonge mensen, met een niet al te smalle beurs. En veel vrouwen. Vrouwen waren voor Rajneesh belangrijker dan mannen, niet alleen in zijn privé-leven, maar ook voor de dagelijkse leiding van de organisatie. 
De cultus begon in het begin van de jaren '60 te ontkiemen. Het was de klassieke start van nagenoeg alle godsdiensten, groot en klein: een leermeester omringd door enkele aandachtige luisteraars. En direct was het raak. De ideeën van Gandhi, het hindoeïsme en het socialisme, heilige huisjes in India, verwees Rajneesh - toen nog docent filosofie - naar de schroothoop. Het eindigde in 1985, toen zijn gemeenschap in de Amerikaanse staat Oregon uiteenviel, de leider de Verenigde Staten werd uitgewezen en na een aanvankelijk smadelijk zwerftocht over de wereld, in 1990 op 59-jarige leeftijd in zijn geboorteland stierf. Die twintigjarige periode was een blauwdruk van de ontwikkeling van nagenoeg alle religieuze bewegingen: van ongeregelde praatgroep naar totalitaire organisatie. Echter, met één belangrijk verschil: de cultus ging ten onder.
William Mann, een 75-jarige Canadese godsdienstsocioloog, schetst in een recent verschenen studie opkomst, bloei en ondergang van de beweging. Van 1977 tot 1984 heeft hij Bhagwan en aanhangers gevolgd. En meer dan dat, hij deed mee aan therapieën in Poona, bezocht ettelijke vestigingen in Noord-Amerika en Europa (Amsterdam ontbrak) en sprak met talloze volgelingen en ex-sanyassins. Helaas, een audiëntie bij Rajneesh - die zich intussen al had betiteld als Bhagwan, oftewel God - was er niet bij. De uiterst leesbare studie staat vol met opmerkelijke details, zoals bijvoorbeeld de hierboven genoemde "ladderverwondingen", maar die doen geen afbreuk aan zijn objectieve en gedistantieerde beschrijving. De ondertitel van het boek houdt in dat de auteur tevens een psychologische invalshoek hanteert, maar dat verzandt helaas in veronderstellingen als zou de overgave van de aanhangers aan hun leider een typisch geval zijn van "geïdealiseerde oedipale overdracht" en meer van dit soort oncontroleerbaar psychoanalytisch proza. De succesformule van de beweging is volgens Mann de combinatie van ideologie en organisatie. Rajneesh's visie exploiteerde op een unieke wijze de gevoelens van een rebelse intelligentsia. Zijn ideeën sloten naadloos aan op het in de jaren '60 aangevangen therapeutische tijdperk in combinatie met de speurtocht naar oosterse wijsheden. Maar er werd iets aan toegevoegd: hedonisme, oftewel, geniet van dit alles. Rijk zijn mocht en geld was niet vies.
Een uiting van dat laatste was de fraaie tempel in het rijkste gedeelte van Poona, vlak naast een peperduur vijfsterrenhotel. De sanyassin, vermoeid door de lange reis, kon niet anders dan overweldigd zijn door de glamour die hij of zij daar aantrof. De oogverblindende ashram, al die mooie en blije mensen, hier werd iets unieks verricht. Gelijk een therapeut die zeer hoge tarieven voor zijn consulten berekent, werd de indruk gewekt dat het hier niet ging om de eerste de beste goeroe. Nee, dit was het neusje van de zalm. Goed, het kostte geld, en velen waren financieel in staat om zich enkele weken en soms maanden te drenken met de wijsheden van Rajneesh en af te dalen in de nog onbekende krochten van hun psyche. De minder gefortuneerden togen volgens Mann bij tijd en wijle naar Bombay om zich via prostitutie of de drugshandel een langer verblijf te kunnen veroorloven.
Het uiterlijk vertoon van de beweging vormde weliswaar een belangrijke trekpleister en dus een aanzienlijke bron van inkomsten, maar daarnaast bezat de organisatie ettelijke ondernemingen zoals bijvoorbeeld reisbureaus, een zeepfabriek, en, zoals in Amsterdam, een discotheek. En dat alles werd uiterst professioneel geleid. Een geoliede public relations afdeling citeerde positieve commentaren van beroemdheden uit de wereld van theater en amusement, terwijl Rajneesh's boeken werden gepubliceerd door achtenswaardige uitgevers als Routledge & Kegan Paul in Londen. De oprichting in 1978 van de Rajneesh Meditatie Universiteit completeerde datgene waar iedere religieuze beweging naar streeft: respectabiliteit. Weliswaar nam de kritiek ook toe, maar dat werd allerminst als storend ervaren. Integendeel, volgens Bhagwan was iedere publiciteit goede publiciteit.
De verhuizing in 1981 naar een troosteloze plek in het Amerikaanse verre westen luidde het einde in van de beweging. Nog los van het feit dat Rajneesh een visum werd geweigerd, is de cultus ten ondergegaan aan een slopend conflict met de inwoners van de staat Oregon, de niet-aflatende hetzes van de invloedrijke Amerikaanse Anti-Cult Movement en een opeenstapeling van frauduleuze en criminele praktijken in de top van de organisatie. Primair in het conflict staan de expansieve neigingen van de gemeenschap. Wat op papier de vestiging van een bescheiden boerderij heette, dijde in werkelijkheid uit tot een complete stad. En meer dan dat: het in de onmiddellijke nabijheid van Rajneeshpuram gelegen gehucht Antilope was nagenoeg opgekocht door sanyassins, die vervolgens ook nog het lokale bestuur gingen domineren. Dat resulteerde niet alleen in een verdubbeling of soms verviervoudiging van de plaatselijke belastingen. Ook het oprichten van een park voor naaktrecreatie was een vorm van cultureel imperialisme waar de fundamentalistische autochtonen maar weinig begrip voor konden opbrengen.
Tegelijkertijd vonden er ook ingrijpende wijzigingen binnen de beweging plaats. Het accent lag niet langer meer op de individuele groei van de sanyassin, maar op overgave aan Rajneesh. Een goeie volgeling werkte hard, klaagde niet, liet zich niet negatief uit over de cultus en hield van Bhagwan. Zo niet, dan kon men vertrekken. Sociale controle technieken werden ontleend aan andere religieuze bewegingen. Zo dienden in 1984 sanyassins dissident gedrag van een medegelovige onverwijld te rapporteren, waarna de boosdoener werd uitgestoten en sociaal dood verklaard. Er was een duidelijke wisselwerking tussen het groeiend verzet van de buitenwereld - mede gevoed door het extravagante gedrag van Rajneesh, zoals zijn 93 Rolls Royces - en de toenemende mate van totalitaire trekken van de beweging. Het is het bekende beeld van een sekte in staat van beleg. De gelederen dienen dan gesloten te worden.
Het initiatief tot deze ontwikkeling ligt volgens ingewijden bij Sheela, nummer twee in de organisatorische hiërarchie. Omdat Rajneesh niet meer sprak - een uiterst belangrijk ingrediënt in het charismatische arsenaal van een ieder zichzelf respecterende goeroe was zij belast met de dagelijkse leiding. Haar scheldpartijen in de media jegens tegenstanders kregen internationale bekendheid. Het zorgde voor een stevige cohesie onder de sanyassins. De buitenwereld was bezig een complot te smeden om de gemeenschap te vernietigen, zo werd de aanhangers voorgehouden. Rajneeshpuram kreeg het uiterlijk van een bedreigde vesting. Bezoekers werden nauwgezet gefouilleerd, een bewakingsmacht ter grootte van 1 agent per 100 inwoners - volgens Mann de grootste politiedichtheid ter wereld - uitgerust met machinegeweren en helikopters waakte over de gemeenschap. Op een gegeven moment had Sheela een soort "toptien" samengesteld van opponenten die uit de weg geruimd dienden te worden. In een laboratorium bleek geëxperimenteerd te zijn met uiterst giftige bacteriën en volgens Mann werden er tevens pogingen ondernomen het AIDS-virus te cultiveren. De paranoia leek op die van Jonestown, de beweging die in de jaren '70 in het oerwoud van Guyana was neergestreken en waarvan de leden door collectieve zelfdoding om het leven waren gekomen. Ook daar had een gewapende macht paraat gestaan om de vijandelijke buitenwereld, die volgens Jim Jones ieder moment de gemeenschap kon vernietigen, te weerstaan.
Uiteindelijk viel voor Rajneeshpuram de genadeslag toen Sheela, vergezeld van een hoop geld, de benen nam. Rajneesh en enkele volgelingen, waaronder de hooggeplaatste Nederlandse Maria Kortenhorst, werden bij een poging de VS te ontvluchten, gearresteerd. De leider verdween een paar dagen in de cel en werd uiteindelijk veroordeeld tot een boete van $400,000 dollar voor huwelijkszwendel en illegaal verblijf en diende het land onmiddellijk te verlaten.
Waarom heeft de beweging het conflict in Amerika zo op de spits gedreven? Gelet op de gegoede afkomst en de meer dan modale opleiding van de meeste aanhangers, was het te verwachten dat men het geruzie met de omgeving wellicht tot een minimum zou beperken. Althans, als men van de stelling uitgaat dat mensen met een goede opleiding conflicten op een diplomatieke en rationele wijze trachten op te lossen. Daar komt nog bij dat al die therapieën toch een positieve bijdrage geleverd zouden moeten hebben aan de individuele agressieregulering. Niets van dat alles. Niet alleen het door Bhagwan aangewakkerde superioriteitsgevoel van de volgelingen was een hindernis tot overleg, nog belangrijker was de onoverbrugbare culturele kloof tussen het decadente Fremdkörper en de godvrezende plattelandsbevolking. Dat alles werd ook nog eens aangewakkerd door de Anti-Cult Movement. De individuele sanyassin identificeerde zich zó sterk met de groep, dat een aanval op Rajneesh als een persoonlijke aanval werd ervaren. De volgeling ging zich op dezelfde wijze gedragen als de groep, de individuele norm werd ondergeschikt aan die van de beweging. Alle persoonsgerichte therapieën ten spijt, kregen sociale processen de overhand. Ook Rajneesh was niet in staat dit tij te keren. Het heeft er alle schijn van dat hij zich in Oregon weinig gelukkig voelde. Het mistroostige landschap, de voortdurende dreiging van zijn uitwijzing, zijn toevlucht naar drugs en lachgas; het zijn factoren geweest die wellicht zijn onvermogen om orde op zaken te stellen, kunnen verklaren.
De beweging is echter niet verdwenen. In Poona staat de Osho Multiversity (Osho is de postume naamgeving van Rajneesh) en in een voormalig kinderherstellingsoord in Egmond aan Zee is een filiaal, de Humaniversity, gevestigd. Daar kan men nog steeds terecht voor therapieën, of het nu gaat om seksuele problemen, anorexia of kleptomanie. Maar ook voor de verjaardagsviering van Rajneesh, op 11 december j.l. De beweging is minder zichtbaar geworden. "Ze hebben ze zich goed aangepast in Egmond", aldus de gemeentevoorlichter. Het kost wat moeite om in de bekende boekhandel Broese Kemink in Utrecht de schap met boeken van Rajneesh te vinden. "Zo af en toe verkopen we er nog wel eens één", aldus een medewerker. Hij wijst me op een plank naast de Bhagwan-schap. "Dat heeft heel goed verkocht met Sinterklaas". Het zijn de werken van en over Sai Baba, een Indiase goeroe, die op dit moment volop in de belangstelling staat van westerlingen.
W.E.Mann The Quest for Total Bliss. A psycho-sociological perspective on the Rajneesh Movement. Toronto, Canadian Scholars Press Inc., 1991
(Trouw, 16 januari 1993) Terug naar inleidende pagina |














 |