'Er zouden zich seksschandalen hebben voorgedaan'

Het Belgische sekterapport

 


 

 

Eline E. is een normaal, intelligent meisje van 20 jaar. Ze woont bij haar ouders en lijdt zo op het oog een gelukkig leven. Totdat ze op een dag gefascineerd raakt door een fanatieke religieuze groepering. Op een avond komt ze niet thuis. Haar ouders vinden een brief waarin ze meedeelt dat ze voortaan in de religieuze gemeenschap woont. Haar moeder gaat onmiddellijk poolshoogte nemen bij de beweging. Men vertelt haar dat dochterlief reeds vertrokken is en niet langer daar woont. In werkelijkheid verblijft het meisje in een afgelegen huis van de sekte, waar ze zich moet onderwerpen aan een fanatiek regime. Uiteindelijk verdwijnt Eline definitief en laat haar familie in wanhoop achter'.

Dit verhaal zou niet hebben misstaan in rapport van het Belgische parlementaire onderzoek naar de sekten in het land. En de groepering zou gegarandeerd in de appendix van het verslag worden opgenomen, met de opmerking dat we wellicht kunnen spreken van een gevaarlijke sekte die onschuldige meisjes ronselt. Het bovenstaande fragment is echter ruim honderd jaar oud. De fanatieke religieuze groepering, waar Eline was ingetreden, was het Leger des Heils. Het verhaal is afkomstig uit het boek L'Evangéliste van de Franse schrijver Daudet, die zich grote zorgen maakte om de wervingskracht van deze onbekende evangelieverkondigers. Niet alleen in Frankrijk had men grote moeite met het Leger des Heils, alle grote kerken hadden kritiek op de innoverende aanpak van de straatpredikers.



 



Het Belgische overheidsrapport toont aan dat er een eeuw later niets is veranderd. Nieuwe, en dus afwijkende religies zijn nog steeds verdacht. Ook de beschuldigingen aan hun adres volgen al eeuwenlang hetzelfde stramien. Tevens wijst het voorbeeld op het moeizame karakter van de term sekte: de kans is groot dat de ooit zo verguisde ketters na een paar generaties als eerzame gelovigen te boek staan.

Allemaal leuk een aardig, zo zal de toeschouwer over dit soort historisch relativisme opmerken, maar de Belgen hebben toch voldoende aanleiding om zich te bekommeren om de religieuze periferie. Per slot van rekening was Luc Jouret, de leider van de door moord en zelfmoord geteisterde Orde van de Zonnetempel, een landgenoot. Ook zijn opvolger is een Belg en het rapport sluit niet uit dat de macabere gebeurtenissen zich zullen voortzetten, en wel in België. Eind maart nog, zijn in Canada wederom vijf lijken van aanhangers gevonden. Waakzaamheid lijkt dus geboden. Vandaar de aanbeveling van de rapporteurs dat het actief aanzetten tot zelfmoord strafbaar moet worden gesteld. Een nobel streven, maar waarschijnlijk tot mislukking gedoemd. Degenen die ervoor kiezen om zich op deze wijze te verzekeren van hun zielenheil, schreeuwen dat namelijk niet van de daken. Wie had er ooit gehoord van de Internet-sekte Heaven's Gate, die zich in de paasweek verloste uit haar 'stoffelijke omhulsels' teneinde zich te vergewissen van een veilige plaats in een galactisch paradijs?

Maar hoe komen mensen zo ver dat ze voor deze radicale oplossing kiezen? Volgens de commissie markeert het antwoord op deze vraag de scheidslijn tussen 'sekten' en 'schadelijke sektarische organisatie'. Sekten, door de rapporteurs gedefinieerd als 'georganiseerde groepen van personen die binnen een godsdienst dezelfde leer aanhangen' vormen geen gevaar op zich. Door het begrip op deze wijze te ontdoen van de hardnekkige negatieve bijbetekenis, is dit een van de weinige hoopgevende conclusies uit het verslag, evenals de suggestie om een instelling te creëren waar men objectieve informatie over sekten kan vinden. Of alle georganiseerde godsdiensten in België blij mee zijn met de definitie, is een ander verhaal, want strikt genomen is hij ook van toepassing op de eerste de beste rooms-katholieke parochie.

Maar wat is een 'schadelijk sekte'? Welnu, die moeten volgens het rapport voldoen aan 'criteria van gevaarlijkheid': bedrieglijke of misleidende wervingsmethoden, mentale manipulatie, slechte fysieke of geestelijke behandeling van de volgelingen, enzovoorts. Vandaar een twee aanbevelingen: het strafbaar stellen van psychologische dwang als inbreuk op de rechten van de mens en het misbruik maken van een toestand van zwakheid. De commissie geeft een voorbeeld van een wetsvoorstel, waarin degene die angst inboezemt door het uitbuiten van goedgelovigheid om iemand te overtuigen van het bestaan van een denkbeeldige macht, veroordeeld kan worden tot een gevangenisstraf van twee tot vijf jaar. Nog los van de sombere vooruitzichten van deze aanbeveling voor menig orthodoxe dorpspastoor die zijn kudde regelmatig waarschuwt voor het vagevuur, impliceert dit voorstel grote juridische problemen. Het is niet alleen dat er nauwelijks objectieve maatstaven zijn aan te leggen voor subjectieve ervaringen als geestelijke dwang en manipulatie. Beide verschijnselen zijn inherent aan ieder hecht sociaal netwerk. Ze doen denken aan de uitspraak van de schrijfster Andreas Burnier in een recente uitzending van het TV-programma 'Buitenhof', waarin ze de paradox van het gezin aanstipt: de veiligste maar ook de gevaarlijkste plek waar je je als opgroeiend kind kunt bevinden.

Een tweede probleem is de betrouwbaarheid van deze beschuldigingen door ex-leden. Conform de resultaten van wetenschappelijk onderzoek concludeert de commissie weliswaar dat de klachten van voormalige volgelingen niet altijd objectief zijn en vaak moeilijk te controleren, toch heeft men op grond van deze getuigenverklaringen kunnen vaststallen dat de praktijken van bepaalde sektarische organisaties het individu, het gezin en de samenleving ernstig in gevaar kunnen brengen. Ze voelt zich hierin gesteund door wetenschappelijke bronnen (Dat de academische wereld de vloer heeft aangeveegd met deze dubieuze 'studies', daarover zwijgt het rapport). Over concrete aanwijzingen beschikt de commissie echter niet. Er zijn geen klinische studies waaruit blijkt dat (ex)-sekteleden er mentaal slechter aan toe zijn dan anderen, verklaringen van hoge politiefunctionarissen geven aan dat uit niets blijkt dat de veiligheid van de staat in het geding is en juridische instanties beschikken over vrijwel geen dossiers waaruit de sektarische bedreiging naar voren komt. Maar juist het ontbreken van deze feiten staat borg voor het geslepen karakter van sommige sekten; volgens een getuige kan dat worden toegeschreven aan de 'grondig doorgevoerde hersenspoelingen waarvan het effect 10 à 20 jaar kan duren'. Dat de autoriteiten niet kunnen aantonen dat de gevaarlijke bewegingen zich schuldig maken aan grootscheepse fraude op financieel gebied, ook dat kan worden verklaard uit de geslepenheid van hun werkwijze. Deze immuniseringsstrategie roept herinneringen op aan een paar geleden, de hausse van het satanisch ritueel misbruik: dat we niets kunnen bewijzen, bewijst hoe slim en achterbaks ze zijn.

Om een idee te geven van de verklaringen van de getuigen, enkele citaten uit het rapport. In de Pinkstergemeenten - nummer 180 op de sektenlijst - 'zijn voorhuwelijkse betrekkingen en homoseksualiteit absoluut verboden. Dat kan voor gevolg hebben dat bepaalde volgelingen problemen krijgen zoals anorexia of boulimie, dan wel psychiatrische behandelingen dienen te ondergaan. Er wordt ook gewag gemaakt van gevallen van zelfmoord'. Wellicht ten overvloede: een dergelijke relatie is nooit aangetoond. Als variant op het thema 'vegetariërs deugen niet, want Hitler at ook geen vlees' geeft de Luxemburgse voorzitter van een antisektenbeweging zijn visie op het verband tussen nazietheorieën en het sektevraagstuk. Het feit dat Hitler kennelijk gecharmeerd was van de ideeën van Helena Blavatsky, de grondlegster van de moderne theosofie, blijkt dat het niet ongewoon is dat sektarische bewegingen de neonazistische theorieën voorstaan' (Tevens wijst hij erop dat een voormalig politicus annex lid van een omstreden religieuze groepering met behulp van het hoofd van de Luxemburgse politie hem heeft geprobeerd te vermoorden omdat hij 'teveel wist'). Verder zouden kinderen van Jehovah's Getuigen kampen met 'aanzienlijke slaapstoornissen', terwijl de 'kleine meisjes' onder hen voortdurend 'fysieke geweldpleging ondergaan'. Jonge kinderen van een extreme tak van chassidische joden zouden regelmatig ontvoerd worden en 'verborgen worden gehouden in de internationale vertakkingen van deze beweging'.

Afgezien van deze bizarre uitlatingen staat het rapport bol van suggestieve uitspraken als 'er zouden doden gevallen zijn, er zouden zich seksschandalen hebben voorgedaan, leiders zouden betrokken zijn bij wapenhandel', enzovoorts. In hoeverre de rapporteurs zich door deze verdachtmakingen hebben laten leiden, is niet duidelijk. Twee decennia godsdienstsociologisch onderzoek, dat voor een belangrijk deel de vermeende sektarische gruwelijkheden ontmythologiseert, heeft de commissie in een halve bladzijde naast zich neergelegd. Deze discipline zou zich immers concentreren op de 'doctrines' van de bewegingen en de excessen uit de weg gaan. Deze belachelijke schets roept de vraag op of de leden van de commissie zich zelfs maar oppervlakkig in dit vakgebied hebben verdiept. Dan waren ze wellicht geattendeerd op bevindingen, die bijvoorbeeld uitwijzen dat toetreding tot een religieuze groepering minder het gevolg is van manipulatietechnieken van sinistere goeroes, maar veeleer een belangrijke indicator zijn van gezins- of huwelijksproblemen. Of dat de bestaande godsdiensten door talrijke jongeren worden gezien als versteende en arrogante bolwerken die niet in staat zijn adequate antwoorden te geven op prangende levensvragen. Zo'n oninspirerende religie heeft in de ogen van menigeen afgedaan. In die zin vormen nieuwe religies meer een uitdaging dan een bedreiging.

Het rapport verwijst trouwens ook naar Nederland. Zo wordt gememoreerd dat de antroposofen in België weliswaar geen formele band hebben met politieke groeperingen, hetgeen niet betekent 'dat bepaalde politici zich niet op de ideeën van Steiner zouden beroepen; dat is bijvoorbeeld het geval met het Nederlandse parlementslid (sic!) Jan Terlouw (D66)'. Of de landsbelangen hierdoor eventueel geschaad worden, daarover spreekt het verslag zich niet uit. In het hoofdstuk 'Activiteiten van de verenigingen die op nationaal en internationaal niveau de verdediging van slachtoffers (van sekten) opnemen' wordt verwezen naar de in Haarlem gevestigde stichting Sirenen. Recentelijk kwam deze organisatie in het nieuws vanwege de betrokkenheid bij de ontvoering en mislukte 'deprogrammering' van Esther Veldhoen, een 28-jarige aanhangster van een onschuldige Afrikaanse religieuze beweging. Eind maart kregen twee hulpverleners van Sirenen daarvoor een voorwaardelijke straf opgelegd. Als het aan de parlementaire onderzoekscommissie ligt, dienen hulpverleningsorganisaties als Sirenen financieel ondersteund te worden. Conform de tijdgeest dient de monetaire aanpak van het sektenprobleem op Europees niveau plaats te vinden: 'De commissie verzoekt de regering dan ook het vraagstuk van de subsidiëring (van deze organisaties) op de agenda van de Raad van ministers van Justitie van de Europese Unie te laten plaatsen'.

 

Het volledige rapport is toegankelijk via http://www.dekamer.be/FLWB/pdf/49/0313/49K0313007.pdf

 

(Trouw, 7 mei 1997)

Terug naar inleidende pagina

Intro
Heavens Gate
Hersenspoeling
Mormonen
Religie en Rechts
Scientology
Charisma
Branch Davidians
Snake Handlers
The Family
Oppositie
Duitsland
België
Bhagwan
Amish