Terug naar statistiek

Toelichting op de statistieken

  • Groeicijfers. Vrijwel alle statistieken van het Wachttorengenootschap tonen hetzelfde profiel: sterke groei na de Tweede Wereldoorlog, stabilisatie of afname in de jaren zestig, uitzonderlijke sterke groet tot het midden van de jaren '70 en daaropvolgende daling of in het beste geval stagnatie als gevolg van de "1975" profetie  Vanaf de jaren '80 is een herstel opgetreden dat versterkt werd door de krachtige groei in Latijns-Amerika en de opening van de voormalige communistische landen in Oost-Europa. Dat laatste zien we vooral in de grafiek van de Europese groei. Laten we de landen van het voormalige Sovjetblok buiten beschouwing, dan is vanaf medio de jaren '90 in Europa sprake van een afwisselend dalend en stagnerende groei. In het laatste decennium is er weliswaar sprake van aanwas op wereldwijd niveau, maar de mate waarin vertoont een continu dalende tendens. We zien dit vooral weerspiegeld in de percentuele groei en de doopcijfers. Andere voorbeelden zijn die van Noord-Amerika en Nederland.

 

  • Continentale verdeling. De grafiek toont aan dat het Wachttorengenootschap hoe langer hoe meer een "derdewereldbeweging" is geworden. In de jaren vijftig was 60% van de Jehovah's getuigen woonachtig in Noord-Amerika en Europa en 40% in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. (Waarschijnlijk was het eerste percentage van 60% nog hoger want van de 10% illegalen kwam waarschijnlijk het grootste deel uit de door de Sovjet Unie overheerste landen in Oost-Europa). In de 21e eeuw is de situatie omgekeerd: 60% is afkomstig uit de niet-westerse wereld, 40% uit de westerse.

 

  • Meer dan 100.000 aanhangers. Hier zien we de groeicijfers van de regio's die dan 100.000 Jehovah's Getuigen tellen. Interessanter is echter hoe die situatie er 25 jaar daarvoor uitzag. Traditionele bolwerken als Duitsland, Engeland en Frankrijk tonen een zeer bescheiden toename - de VS vormen daarop een uitzondering - terwijl gebieden waar het Wachttorengenootschap zich pas veel later vestigde een onstuimige groei laten zien. Dit komt duidelijk naar voren in Latijns-Amerika, Japan en vooral de voormalige communistische landen waar de Jehovah's getuigen pas sinds de jaren '90 vaste voet aan de grond hebben gekregen.

 

  • Predikingsinzet. Sommige Jehovah's getuigen zijn actiever in de evangelisatie dan anderen. Dat geldt niet alleen in zijn algemeenheid, ook per regio is dit zichtbaar. Zie daarvoor ook de tabel. Is de gemiddelde Jehovah's getuige ongeveer 200 uur per jaar bezig met de huis-aan-huis verkondiging, de Polen en Slowaken vinden 110 of 120 uur  genoeg, terwijl hun geloofsgenoten in Japan en Zuid-Korea zich drie- tot viermaal actiever betonen. Legio factoren kunnen aan deze verschillen ten grondslag liggen waarbij we vooral moeten denken aan de secularisatie in Noord en West-Europa en de culturele invloed van het confucianisme in het Verre Oosten waarin vooral plichtsbesef en gehoorzaamheid een prominente plaats innemen. Let ook op de Afrikaanse staat Rwanda. Mogelijk dat de genocide, die dit land in de jaren '90 teisterde, de Getuigen aanzet tot een dergelijke grote activiteit. Daarentegen is het opmerkelijk dat in een betrekkelijk 'nieuw' land als Slowakije - pas sinds het begin van de jaren '90 zijn de Getuigen daar toegestaan - de predikingsinzet een constant dalende lijn vertoont. Ook de buurlanden Tsjechië en Polen vertonen deze lage activiteit. De oorzaak is mij niet duidelijk.

 

  • Het '1975' profiel. Hier zien een close-up van groei en daling rond het profetisch zo belangrijke jaar 1975. Maar liefst 14% groei van het aantal actieve Getuigen en 50% toename van het aantal dopelingen in 1974, het jaar voorafgaande aan de mogelijke slag bij Armageddon. Gevolgd door de teleurstelling in de daaropvolgende jaren: een daling in de actieve aanhang van 1,5% in 1978 en een afname van het aantal dopelingen van 35% in 1977. Hierbij moeten we aantekenen dat het effect van '1975' uiteenliep. Vergelijken we bijvoorbeeld Italië en Nederland, dan zien we dat in Italië de groei niet werd aangetast ondanks de afname van het aantal dopelingen.

 

Terug naar statistiek