


|
Tegenstand en vervolging
De geschiedenis van de Jehovah’s getuigen toont aan dat hun bestaansrecht niet vanzelfsprekend is. Vrijwel overal ter wereld worden ze geconfronteerd met tegenstanders. Globaal is die oppositie te verdelen in drie partijen: tegenstand van de staat, gevestigde godsdiensten en voormalige leden. Soms is er sprake van enige overlapping, bijvoorbeeld wanneer de gevestigde godsdienst eveneens de staatsgodsdienst is zoals in islamitische landen.
De tegenstand van de staat vloeit voor een belangrijk gedeelte voort uit de theologische opvatting van neutraliteit. Weliswaar erkennen de Getuigen het gezag van de staat, tenzij dit in strijd is met Gods wetten. Dat spanningsveld is vooral voelbaar indien de staat van haar burgers verlangt zich in te zetten voor het collectieve welzijn. Jehovah’s Getuigen zullen dus wel belasting betalen, maar weigeren militaire dienst, lidmaatschap van aan de staat gelieerde organisaties zoals politieke partijen en houden zich ook verre van uitingen van vaderlandslievend vertoon zoals nationale feestdagen.
In de meeste democratische landen geeft deze opstelling weinig problemen, hoewel in ‘zwakke’ democratieën de Getuigen soms geconfronteerd worden met een moeizame opstelling van de staat tegenover zaken als dienstweigering. Aanzienlijk problematischer wordt het in eenpartijstaten en stelsels waarin godsdienstvrijheid aan banden is gelegd.
Fascistisch Duitsland is het eerste voorbeeld. In 1933 werd het Wachttorengenootschap tot verboden organisatie verklaard. Nadat de nazi’s Nederland hadden bezet, werd het de Jehovah’s getuigen ook hier niet toegestaan hun godsdienst uit te oefenen. Omdat de Getuigen zich niet stoorden aan deze bepalingen, gingen ze ondergronds met als resultaat een ongekend felle vervolging in de door Duitsland bezette gebieden. Alleen door het tekenen van een afzweringsverklaring konden zij het concentratiekamp ontlopen.
Het einde van de Tweede Wereldoorlog werd gevolgd door de expansie van de Sovjet-Unie in Oost-Europa. Ook in het communistische systeem was geen plaats voor Jehovah’s getuigen. (Voor details, zie de Engelstalige artikelen) Pas na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de Oost-Europese vazalstaten in de 80er jaren van de vorige eeuw, zijn de Jehovah’s getuigen een erkende godsdienst. Dat wil zeggen, op papier. In o.a. Rusland en onafhankelijke staten in de Kaukasus (m.n. Georgië) ondervinden de Getuigen veel tegenstand. Dit moet vooral worden toegeschreven aan de invloed van de Russisch-orthodoxe kerk die zich beschouwd als officiële staatsgodsdienst. Hier zien we dus een raakvlak met de islam want in vrijwel alle islamitische landen, met uitzondering van Libanon, Pakistan en Indonesië, is het Wachttorengenootschap niet toegestaan. Overigens geldt dat eveneens voor andere godsdiensten.
Hetzelfde fenomeen zien we in Afrika, met name in de periode van de de-kolonisatie in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. Door zich ontdoen van het juk van de voormalige koloniale machthebber, zochten de onafhankelijke staten naar een eigen identiteit. “Nation-building” was het toverwoord en daarin vormden godsdiensten die het primaat van de staat ontkenden, een barrière. De staat moest immers worden opgebouwd waarbij het van het grootste belang was dat de loyaliteit gericht was op leiders en volk, en niet op een religie die op fanatieke wijze tegengestelde denkbeelden verkondigde. We zien dan ook dat de Getuigen in die periode in talrijke Afrikaanse landen waren verboden. Vooral in Malawi hadden ze het zwaar te verduren en meer recentelijk in Eritrea. In 1960, de periode van Koude Oorlog en de-kolonisatie, leefde bijna 15% van de Jehovah’s getuigen in landen waren hun geloof niet was toegestaan. Voor 2006 bedroeg dit cijfer nauwelijks 2‰.
Links: Algemeen: http://www.freeminds.org/history/conflicts.htm
Specifiek: Forum 18 via search “Jehovah’s Witnesses”.
|
