Een sekte onder vuur: de gebeurtenissen in Waco


 

 

Op 28 februari 1993 bestormde het Bureau of Alcohol, Tobacco, and Firearms (BATF) het huizencomplex van de Branch Davidians. Deze religieuze groepering zou namelijk in het bezit zijn van een grote hoeveelheid wapens, hetgeen de federale autoriteiten van Texas als een ernstige bedreiging voor de openbare orde beschouwden. De aanval werd afgeslagen. Daarbij vielen tenminste 10 doden, waaronder 4 agenten van de BATF. De Davidians verschansten zich, waarna de FBI een aanvang nam met de belegering van de sekte. In de daarop volgende anderhalve maand werd vruchteloos onderhandeld met de leider van de beweging, David Koresh. Op 19 april was het geduld van de FBI ten einde. De federale politiemacht ramde de muren van het complex, waarna in de daarop volgende vuurzee Koresh en 73 van zijn volgelingen om het leven kwamen. Voor de autoriteiten was het een uitgemaakte zaak: de sekteleden had de brand zélf gesticht, hun dood was het gevolg van suïcide.

Drie dagen later gaf de theoloog Nauta in NRC-Handelsblad commentaar op de gebeurtenissen. Volgens hem behoorden de volgelingen, die 'hun zelf gekozen dood ingingen', tot de 'onderlaag van de Amerikaanse samenleving, het menselijk wrakhout dat meedeinde op de golfslag van de Amerikaanse cultuur', terwijl hun 'religieuze ijver eerder een teken van twijfel en verwarring [is], (...) dan een blijk van overtuigde gebondenheid aan een theologische idee'. De Tilburgse hoogleraar was niet de enige die de aanleiding tot de tragedie in psychopathologische termen verwoordde. Wie afgaat op de beschouwingen, die er gedurende die week in de nationale en internationale pers verschenen, moet concluderen dat David Koresh en zijn volgelingen ten prooi waren gevallen aan collectieve waanzin.

Het fundament van deze zienswijze werd gevormd door de drie pijlers van de geijkte sekte-stereotypes: de charismatisch leider als kwade manipulator, de gedweeë volgelingen als labiele armoedzaaiers en een geloofssysteem dat de toets van de gevestigde theologische opvattingen niet kan doorstaan. Voor de afloop van het drama werd veelvuldig gerefereerd naar het droevige einde van Jonestown. In de media figureerde de massale zelfdoding van de leden van Peoples Temple in Guyana immers al vanaf 1978 als instant-model voor het macabere perspectief van nagenoeg ieder exces in de religieuze periferie, met als gevolg was dat menigeen de indruk had dat sektesores min of meer de voorbode was van suïcide. Om aan het uitzichtloze beleg in Waco een einde te maken, hadden de autoriteiten weliswaar enkele tactische blunders gemaakt, maar in wezen werd Koresh, net als Jim Jones 25 jaar daarvoor, als de hoofdschuldige van de catastrofe beschouwd.

De bundel Armageddon in Waco veegt de vloer aan met dit hele scala van vastgeroeste opvattingen. Ten grondslag aan de tragedie lag een opeenstapeling van vooroordelen temidden van een moeras van onbegrip, aldus de essentie van de 15 artikelen onder redactie van godsdienstsocioloog Wright. De Amerikaanse overheid wordt regelrechte incompetentie verweten en de media krijgen er van langs omdat ze zich slaafs onderwierpen aan de officiële woordvoerders. Met de aanduiding van de beweging als 'cult' - het Engelse equivalent van het pejoratief sekte - nam het drama een aanvang. De definitie werd in het leven geroepen toen een voormalige aanhanger Koresh beschuldigde van mishandeling en seksueel misbruik van kinderen. In ijltempo werden de Branch Davidians daarmee geclassificeerd als een kwaadaardig sociaal gezwel dat zo snel mogelijk moest worden uitgesneden.

Uit een minutieuze reconstructie blijkt dat er talloze vraagtekens achter het waarheidsgehalte van deze aantijgingen kunnen worden gezet, niettemin stond het modieuze karakter ervan borg voor het mobiliseren van de Amerikaanse publieke opinie. Wederom bleek hieruit de notoire onbetrouwbaarheid van de getuigenissen van menig ex-aanhanger, een fenomeen dat via wetenschappelijk onderzoek overigens al langer bekend was. De auteurs zijn dan ook uiterst kritisch over de handelwijze van minister van justitie Reno, die zich voornamelijk liet adviseren door een netwerk van pseudo-deskundigen, veelal voormalige aanhangers van religieuze bewegingen. Sinds de hoogtijdagen van groeperingen als de Children of God, Hare Krshna, Scientology en de Verenigingskerk ('Moonies'), heeft zich uit het leger van teleurgestelde ex-leden een wrokkig contingent van experts gevormd dat zelotisch ten strijde trekt tegen iedere vorm van religieus sektarisme.

Waco blaze

Georkestreerd door het invloedrijke 'Cult Awareness Network', een organisatie die te beschouwen is als waakhond voor 'gezonde' godsdienst annex uitzendbureau voor sekte-deprogrammeurs, speelden deze tegenstanders via de media niet alleen feilloos in op de sentimenten van het publiek, maar men kreeg bovendien een horend oor bij de beleidsmakers van de overheid. De argumentatie van deze oppositie berust voor een belangrijk gedeelte op uitermate omstreden theorieën over gedragsmanipulatie, zoals hersenspoeling. Ook hier heeft uitgebreid onderzoek inmiddels aangetoond dat deze opvatting rijp is om te worden bijgezet in de graftombes van dubieuze wetenschap. Door op deze wijze Koresh te criminaliseren en zijn volgelingen te verslachtofferen, werd het probleem tot de klassieke en overzichtelijke psychopathologische proporties teruggebracht. Daarmee was de constructie van de maatschappelijke consensus voltooid.

Successievelijk ontmythologiseren de schrijvers de reeks platitudes die over de Branch Davidians naar voren zijn gebracht. Zoals bijvoorbeeld het sociaal-culturele profiel van de aanhangers en de daarmee geassocieerde religieuze opvattingen: sekten worden bevolkt met maatschappelijke verschoppelingen, aldus het onwankelbare axioma. De radicale heilsboodschap van dit soort millennistische sekten biedt immers voor gemarginaliseerden een uitweg uit de dagelijkse kommer en kwel. In werkelijkheid bestond 90% van Koresh' volgelingen uit voormalige zevendedagsadventisten, die waren uitgekeken op hun kerkgenootschap dat zich al jaren geleden had geschaard in de rijen van de respectabele, dus weinig inspirerende, religieuze instituties. De ijzeren wet die iedere religieuze beweging treft wanneer het charisma van het persoonlijk leiderschap wordt ingewisseld voor de onpersoonlijke bureaucratie, had ook bij de adventisten zijn intrede gedaan.

De Davidians wilden terug naar de spirituele euforie van de vorige eeuw, de gloriedagen waarop met extatische spanning werd uitgekeken naar Apocalyps en paradijs. Ze verlangden ernaar oog in oog te staan met een levende en provocerende profeet, iemand die de collectieve vervoering van weleer kon doen herleven en hen voorging in de ontsluiering van de geheimen van de aangekondigde eindtijd. Die kwam dan ook. Voornamelijk als gevolg van de nationale stemmingmakerij ontvouwde zich een macaber scenario waarin wereldse realiteit en schriftuurlijke symboliek naadloos op elkaar aansloten. 'Had de FBI het boek Openbaringen maar begrepen', zo verzucht één van de auteurs. Want Koresh' interpretatie van dit bijbelse cryptogram hing niet alleen af van de sacrale teksten, maar eveneens van de omstandigheden waarin de Branch Davidians verkeerden. De apocalyptiek is weliswaar onaantastbaar ten aanzien van het sombere lot dat de mensheid uiteindelijk zal treffen, maar tegelijkertijd verschaft het multi-interpretabele gehalte dit schema een hoge mate van flexibiliteit. Hier gaat de exegeet aan het werk: hij verbindt de geschiedenis met de alledaagse werkelijkheid. De 'razende strijdwagens' uit het bijbelboek Nahum die ooit het uitverkoren volk bedreigden, worden getransformeerd tot de pantservoertuigen van de FBI. En die context, zoals het afsluiten van elektriciteit en het via luidsprekers doen schallen van Nancy Sinatra's tophit These boots are made for walking, werd volledig bepaald door de belegeraars. Theoretisch was de FBI dus bij machte om de exegese van Koresh te bepalen, ergo zijn handelwijze.

Er wordt uitgebreid aandacht besteed aan de aanvankelijk zo voor de hand liggende, doch tegelijkertijd volstrekt manke vergelijking tussen Jonestown en Waco - het zal wel nooit opgehelderd worden of de brand door de Davidians was aangestoken of het gevolg was van de rookgranaten van de FBI - en het agressieve potentieel van dit soort apocalyptische bewegingen. Met zicht op het mythische jaar 2000 sluiten de auteurs een herhaling dan ook niet uit, tenzij er lessen worden getrokken uit Waco en er vooral een beroep op hun deskundigheid wordt gedaan. Het veelvuldige en daardoor lichtelijk gênante gelamenteer van 'waarom hebben jullie ons er niet bijgehaald' is in deze overigens voortreffelijke bundel tevens een signaal dat verworven kennis uit de ivoren toren soms moeilijk gedijt op de granieten bodem van het vooroordeel.

Stuart A. Wright (red): Armageddon in Waco. Critical Perspectives on the Branch Davidian Conflict. University of Chicago Press, 1995, 394 bldz, $ 15,95 (pbk)

(oorspronkelijk gepubliceerd in NRC-Handelsblad, 2 december 1995)

NB

Wie zich verder wil verdiepen in de nasleep van deze tragedie, adviseer ik de site van CESNUR te raadplegen: http://www.cesnur.org/2002/waco.htm

De Branch Davidians hebben een website: http://www.branchdavidian.com/

 

Terug naar inleidende pagina

Intro
Heavens Gate
Hersenspoeling
Mormonen
Religie en Rechts
Scientology
Charisma
Branch Davidians
Snake Handlers
The Family
Oppositie
Duitsland
België
Bhagwan
Amish